.

Gewetensonderzoek

Christelijke consequenties

Heinrich Spaemann

De weg van zuivering

De volgende zeven aanwijzingen gaan over de overwinning van bepaalde gedragingen of neigingen die in tegenspraak zijn met het geleefde Evangelie.

 

  1. Wat het voornaamste is niet op de tweede plaats stellen.

Op de eerste plaats komt God en onze verbondenheid met Hem. Daarom niets boven de godsdienst laten gaan, de dag met gebed beginnen, niet met de krant, met gebed doordrenken en ermee afsluiten. Ordening van het gebed: Eerst God prijzen, Hem danken voor al het geschapene, voor alles wat er in ons leven is gebeurd en nu nog gaande is. Gods liefde verantwoordt alles wat ons voortdurend tegemoet komt, en keert het ten goede, voorzover wij geloven en zijn aangezicht zoeken. Tenslotte Hem vragen, in de gemeenschap van de kinderen Gods en medeverantwoordelijk voor de mensenbroeders, zoals het Onze Vader het wil en leert. Waakzaam en opmerkzaam zijn met het oog op wat ooit is geschonken. Dit het voornaamste laten zijn vóór en in alles wat wordt opgedragen. Gave komt voor opgave, zo komt het overeen met de ordening van de schepping. Vanuit het geschenk leven, werken, lijden; alleen zo wordt het eigen bestaan geschenk voor anderen.

 

  1. Onthouding niet weigeren voorzover de liefde van God en de naaste dat met zich meebrengt.

Erop letten dat de dagelijkse drukte in ons leven niet de overhand heeft. Kiezen! Voor geen enkel schepsel een plaats inruimen die de vrijheid in Christus beperkt, vermindert of wegneemt, dus God verdringt. Of de vogel aan een draadje hangt of aan een gouden ketting, wegvliegen doet die niet. Bereid zijn omwille van het Evangelie gewoonten en verworvenheden, zoals de woning, het werk, routine, status los te laten. “Onze stad is niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt” (Hebr. 13,14). Denken aan “de nauwe poort die naar het leven voert”. Alleen mensen met weinig bagage, kinderen en armen kunnen door die poort binnengaan.

 

  1. De neiging om onnodig en liefdeloos kritiek te leveren weerstaan.

Jezus is het ja van God aan ons. De Geest van God is ja-Geest; alleen dat ja overwint het neen van de zonde zoals de zonsopgang de nacht verdrijft. Niemand vastpinnen op zijn grenzen, gebrek aan goedheid, schuld, terwijl de Jezus die aan het kruis werd geslagen onze bevrijding was en is. In het verbond staan van Gods goedheid! God houdt mijn goedheid vast, mijn kwaad heeft Hij door de dood en verrijzenis van Jezus vernietigt en dat doet Hij nog steeds – zo ook in de ander het goede zoeken, zien, vasthouden – zijn kwaad, voor zover tegen mij gericht, als kruis dragen, niet verwijten.

 

  1. Niet het menselijk aanzien zoeken.

De linkerhand niet laten weten wat de rechterhand doet. Niet bezwijken voor verwachtingen van anderen; die beoordelen aan de hand van de vraag wat God van mij verwacht. Niet de aandacht van anderen op zichzelf willen richten, ook niet in het lijden en al helemaal niet door lijden. Veeleer God voor ogen houden bij al het doen en laten. Uiteindelijk is dat motief beslissend voor de waarde van mijn handelen en voelen. Op het fundament Christus, dat God aan de wereld en aan mijn leven gaf, “bouwen met goud en edelstenen” (in de heilige Geest), niet “met hout, stro en stoppels” (uit zelfzucht) (1 Kor. 3). Wat voortkomt uit zelfzucht verbrandt op de dag van Christus in het licht van de waarheid. Eerste gewetensvraag: Mens, waar gaat het je om? Als egoïsme naderhand de zuiverheid van de oorspronkelijke bedoeling verduistert, de schaduw op tijd in het licht brengen, om vergeving vragen.

  

  1. Zich niet angstig zorgen maken, zich niet egoïstisch veilig stellen.

Wanneer het erop aankomt, de grotere Liefde te gehoorzamen: de toekomst overlaten aan God, zonder zorgen over verliezen, noch wat betreft waardevol bezit, noch wat betreft goede naam – zoals Jezus toen Hij zich liet uitnodigen in het huis van Zacheüs, zoals Maria toen zij drie maanden in het verre Judea bij Elizabeth bleef, wetend dat zij zwanger naar Nazareth zou terugkeren. Niet het totale overzicht eisen. De eerstvolgende stap is voldoende. Niets uitstellen. En niet met het oog op mogelijkheden morgen het nu van God vergeten. Drie kernmerken van gehoorzaamheid in de heilige Geest: direct, blij, helemaal.

6. Geen tijd verspillen.

Het uur benutten (Ef. 5,15-20), in ieder uur ligt voor het geloof de zelfgave van God in de heilige Geest verborgen als een parel in de schelp. De prijs voor die parel: de vraag naar de wil van God (die als onderstroom altijd meegaat), onder lofprijzing.

 

  1. Zich tot het kruis als het geheim van de laatste plaats verplicht weten.

De innerlijke verhouding tot de laatste plaats in iedere eucharistieviering opnieuw proberen eigen te maken en te verdiepen. Zich niet ergeren of verontwaardigd worden, maar het eigen ‘leerling zijn’ erkennen wanneer men soms in het eigen leven miskend, achtergesteld, genegeerd, gepasseerd wordt. Er rekening mee houden dat ook gerechtvaardigde wensen en ideeën doorkruist worden en dat het gebed dikwijls anders wordt verhoord dan wij het hier en nu verwachten of zien.

 

Weg van verlichting

 

De volgende zeven aanwijzingen vervolgen de weg van de zuivering ten dienste van positieve gevolgtrekkingen om het Evangelie serieus te nemen.

 

  1. Telkens weer opnieuw beginnen.

Zich ervoor hoeden de oorspronkelijke bereidheid op te geven. Het gehele leven draait erom het nieuwe begin dat God met ons gemaakt heeft toen Hij ons het nieuwe leven schonk, door het geloof in Christus voortdurend te blijven ervaren, zonder de tegenwerking van een geheim verzet of ongelovige gelatenheid, maar met een steeds groeiende vrijheid van liefde, totdat het trotse, oppervlakkige ik (de oude mens) het veld ruimt voor het evenbeeld van God in Christus waarin wij zijn herboren (als ons eigenlijke zelf). Dit proces voltrekt voortdurend in nederigheid en bekering.

 

  1. De stilte zoeken, liefhebben, realiseren, ook voor anderen.

De uiteindelijke verandering van de mens, de innerlijke ‘verlichting’ met het oog op Christus (2 Kor. 3,18) voltrekt zich vooral in de stilte, niet in literatuur, preken, gesprekken en discussies, die natuurlijk de nodige impulsen kunnen geven. “Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij” (Openb. 3,20). In de diepte van het zwijgen, als het horen luisteren wordt, wordt dit kloppen en de stem gehoord. Het licht komt voor hen die in het duister zijn, het opwekkende woord voor degenen die sprakeloos zijn. Om dat te bereiken moet het zwijgen diep genoeg gaan en lang genoeg aanhouden.

 

  1. Waken over een zacht geweten.

Het geweten van een mens van de ‘eerste liefde’ (Openb. 2,4) merkt als een seismograaf elke ontrouw op … Wanneer men deze fijne signalen niet meer serieus neemt, steeds weer zwicht voor de opwellingen van de oude mens tot aan de lust, dan wordt het geweten verhard en is er sprake van lauwheid, welke een toestand is van verdoemenis (pastoor van Ars). De toestand waarin men zich steeds meer probeert te onttrekken aan het geweten wordt niet zelden veroorzaakt door een wolk van onoprechtheid. Zich afvragen: waar is hiervan sprake? Waar verberg ik voor anderen en uiteindelijk ook voor mijzelf mijn ontrouw? Hier is bekering nodig, anders dreigt verharding en tenslotte word ik aan mijzelf overgeleverd.

 

 

  1. In de spiegel van de Heilige Schriften en de broeders kijken.

Als wij door Gods genade in Christus geloven, wordt voor ons zijn wezen zichtbaar en de glans van de heerlijkheid van de Heer””(2 Kor. 3,18). Als nu die omvorming in Hem zich meer en meer wil voltrekken, zijn innerlijk beeld in ons werkzaam moet blijven, dan is het nodig om met volharding en aandacht in de spiegel van de heilige Schrift te kijken, met name de evangeliën; zij toont ons hoe wij er voorstaan, behoedt ons oog voor de balk van de zelfingenomenheid, reinigt ons van de splinters van de wereldlijkheid en bereidt ons telkens weer voor op het openen van de ogen bij het breken van het brood (Lc. 24,31).

Een spiegel van de waarheid zijn echter ook onze broeders en zusters in Christus. We zullen elkaar vragen: hoe ervaren de anderen mij? De dienst van de broederlijke terechtwijzing vragen, smeken. Samen proberen te erkennen, te ontdekken waar God in gebeurtenissen, ontmoetingen en gedachten van ons dagelijks leven zich merkbaar heeft geraakt, maar ook waar wij door ons gedrag hem hebben buitengesloten. Christus in de broeder ziet vaak meer dan Christus in het eigen hart (Bonhoeffer).

 

  1. Letten op een geestelijke levensinrichting.

Ervaring en gezond verstand vragen dat wij in het geestelijke leven, in gebed, lezing, overweging, liturgie net zo’n regelmaat kennen als op andere gebieden van het leven, bij het werk, rust, voeding, ontspanning. Geestelijk ritme en gebruiken helpen een zekere trouw te betrachten in de uitdrukkelijke inkeer tot God, zij helpen beslist om in Christus te blijven, in zijn Geest te bewaren en te verdiepen wat is begrepen en gezien. Daarbij wel opletten dat een ‘eredienst aan God’ (bv. een dagelijks gebed) niet verwordt tot verlies van de levende God, tot een compensatie voor het gebrek aan liefde tot de naaste, tot degene die het dichtst bij ons staat, ons aan het hart gaat en ons, waar nodig, zuivert.

 

  1. Vindingrijke liefde.

Geloof betekent open staan voor de heilige Geest en zijn creatieve inspiratie, dus voor een nieuw zijn, spreken en gedragen, voor het ‘nieuwe lied’ (Openb. 14,3 vv.). De vraag naar het nieuwe lied, of wij dat kunnen zingen en vooral of wij dat zelf zijn in wezen en gedrag, “Gods melodie in ons opnemend, door er voor elkaar te zijn, in een liefde die verbindt” (de brief van Igatius aan de Efeziërs [IV,1]) – deze vraag gaat over de wortels van ons christen zijn. De mate waarin wij levendig, fris en vindingrijk zijn in de omgang met God en met de naaste kan ons laten zien hoe het met ons geloof is gesteld. Of wij openstaan voor iets nieuws om de vrede te bevorderen, vooral met hen die het dichtst bij ons staan, maar ook door van harte te vechten tegen onrecht, honger, nood en geweld in de wereld, of dat wij ons vervelen, dat hoort allemaal bij ons gewetensonderzoek. Het goede werk ontdekken dat God zelf al in ons is begonnen (Ef. 2,10) is even belangrijk als de uitwerking van het geloof in een vindingrijke liefde (Gal. 5,6). In een wereld dat het leven steeds meer totaal wil beheersen en in toenemende mate wil controleren, moet de christen voor het totaal andere plan van God, voor zijn ingevingen van liefde open blijven staan.

 

  1. Gemeenschap bevorderen, liefhebben, realiseren.

Wij ontvangen de Geest als volk van het verbond, als kerk van Jezus Christus, in de deelname aan haar, niet ieder voor zich alleen. Zolang de apostel Thomas zich afzijdig hield zag hij de Verrezene niet, maar pas in de gemeenschap van de broeders, op de achtste dag; – en zij leiden hem door hun getuigenis binnen. Het gevaar van afzondering en verwijdering van de gemeenschap (als gevolg van kritiek, die wel gerechtvaardigd lijkt maar uiteindelijk de waarheid en werkelijkheid toedekt) op tijd zien en stoppen. Dit gevaar dreigt wanneer men aanstoot neemt aan het instituut of de structuur, wanneer gezag niet wordt beoefend in de Geest van Jezus of wanneer oude gebruiken vreemd overkomen. Hoe kunnen wij de deelname aan de Geest toch steeds opnieuw bevorderen? Het besef dat wij ons christen zijn aan haar te danken hebben, dat wij groeien in het geloof, dat er een geschiedenis is van geestelijke ervaringen binnen haar en door haar en dat er een menigte van getuigen is die garandeert dat het wezen en de essentie van de genade van Christus, de openbaring van het Woord en Sacrament in de Kerk bewaard blijven – zoals in alle eeuwen zo ook in onze tijd.

Bijdragen aan de vernieuwing van de kerk in kleine kringen, groepen, gemeenschappen en parochies is de meest effectieve manier om geworteld te zijn in het volk van het verbond met God.

.(vertaling J.G. Spruijt)