preek 14e zondag jaar A

5/6 juli 2014

plaats  Pius X, Bergschenhoek en Bleiswijk. 
1e lezing  Romeinen 8,9-13 
Evangelie  Mt.11,25-30 
Thema  Wie is wijs? 
 

Preek

Ik wil u vertellen van twee gesprekken die ik gehad heb.
De ene was met een ongelovige man. Hij beweerde dat alles van het leven verklaarbaar is. Wat je hebt dat heb je verdiend. Je kennis heb je opgedaan door studie. Je lichaam is een product van je ouders. Voortplanting is geheel verklaarbaar. Dat iemand ziek wordt heeft een natuurlijke oorzaak. Dat iemand beter wordt komt dankzij de dokter. En als je verongelukt dan is dat de schuld van een mens die niet uitkijkt. Het klinkt allemaal heel aannemelijk. Maar ik ging metafysische vragen stellen: “Waarom treft een ziekte juist jou en niet je buurman?” “Nou, antwoordde hij, dat is dan omdat ik ongezond leef of omdat hij een zwak lichaamsdeel heeft”. “Maar”, vroeg ik, “Waarom ontdekken ze bij de één kanker op tijd en bij de ander te laat”. “Dat is omdat ze bij de één eerder het onderzoek doen dan bij de ander”. Ik vroeg weer, om hem op de onverklaarbaarheid van de dingen te wijzen: “Maar waarom wordt jij nu net in een welvarend land geboren en een ander in Soedan?” “Nou”, antwoordde hij,”omdat mijn ouders hier woonden en niet in Soedan”. En elke volgende vraag die ik stelde in deze lijn leverde een gelijksoortig antwoord op.
Bij deze man was geen enkele verwondering over het leven en de loop der dingen op te wekken, laat staan geloof in een hogere macht, in voorzienigheid of bestemming.
Dan het andere gesprek. Het was met een geestelijk gehandicapt meisje. We stonden in een groepje met haar te praten. Opeens zegt ze tegen iemand: ” Wat heb je een mooie trui aan.” ” Ja”, antwoordde die persoon, ” die heb ik gekregen van iemand”. “Van God”, zei het meisje. “Nee hoor, van een vriend van me”. “Maar die vriend heb je van God gekregen” zei het meisje weer. ” Je hebt alles van God gekregen. Noem maar eens dingen op”. Mijn huis heb ik zelf gebouwd, probeerde iemand. “Nee hoor, want de spierkracht komt van God.” Wij gingen ertegen in en zeiden: Om kracht te hebben moet je eten. Zij weer: Ja, maar het eten heb je van God gekregen. Nee, dat is door mensen geproduceerd, door de boer en de fabriek. Ja, maar die hebben het van God gekregen. God geeft groeikracht aan het zaad. Hij heeft ook de lucht gemaakt die je nu inademt en waarmee je nu praat. Ze kreeg echt plezier in haar eigen slimme vondsten en het gesprek ging zo nog een tijdje door over een houten stoel die daar stond en allerlei andere voorwerpen. Uiteindelijk kwam alles van God.
Aan dit laatste gesprek met het gehandicapte meisje moet ik nog altijd terugdenken als ik het evangelie van vandaag weer lees. “Ik prijs u Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.”
Ik moet ook nogal eens aan die uitspraak van Jezus denken als ik in een gezin ben waarin jonge kinderen opeens een heel rake uitspraak doen tegenover hun ouders die het geloof of de kerk verwaarlozen of vrijzinnig denken om maar niet voor ouderwets versleten te worden.
Zo zei een moeder mij eens: “Ach, trouwen is helemaal uit de tijd. Mijn kinderen zullen dat vast niet meer doen”. Maar een dochtertje van 11, 12 jaar, die aan de andere kant van de kamer zat, hoorde dat en reageerde opeens furieus: “Ja hoor, ik wil wel trouwen en ook in de kerk. Ik ga niet zomaar samenwonen want God wil dat niet”. Zo dacht ik, dat kunt u in uw zak steken. Nu hoort u het eens niet van de paus maar van uw eigen dochter.
En kinderen die tegen ruziënde ouders opmerkingen maken als: “Jezus heeft gezegd dat je lief moet zijn voor elkaar”. Dan denk ik: hier spreekt God door de kinderen.
De tekst uit het evangelie roept de gedachte op aan die andere uitspraak: “Als gij niet wordt als kinderen zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan”.
Worden kinderen hier voorgehouden als ideaalbeeld van menselijk handelen? Je hoeft maar naar het speelkwartier op een schoolplein te kijken om te weten dat het niet zo is. Kinderen kunnen even gemeen en geniepig zijn als volwassenen. De afgelopen tijd is voortdurend in het nieuws dat kinderen pesten en gepest worden. Kinderen zijn niet allemaal lieverdjes.
Maar wat je wél vindt bij kinderen is de gave, de dingen op zich te laten afkomen, met verbazing en verwondering te kijken naar de wereld om zich heen. De dingen hebben nog verhalen aan hen te vertellen, zodat voor kinderen nog vaak geldt: ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet.’ Deze houding van onbevangen ontvankelijkheid maakt de wereld voor hen nog tot een openbaring van Gods heerlijkheid en macht.
Daarom moeten volwassenen niet beweren dat kinderen nog niet echt kunnen geloven. Dat ze alleen door ouders geïndoctrineerd zijn. Dat is ook mogelijk. Maar ze geloven vaak beter, dieper, echter dan volwassenen.
Onze technische westerse cultuur dringt ons heel sterk in de richting van de zogenaamde wijzen en verstandigen, de wetenschappers, de wiskundigen: beheersen, nuttig bezig zijn, produceren. Op zich best een goede menselijke activiteit, behalve als we ons daarop gaan blindstaren. Dan verliezen we ons zintuig voor het mysterie van ons bestaan.
Moge de vakantietijd een tijd zijn waarin we weer worden als kinderen, vrij en onbevangen, vol verwondering over allerlei schijnbare toevalligheden en alledaagse dingen. Dan zal God zich ook aan ons openbaren.

 

 
© 2014 – Alle rechten voorbehouden