Preek 10e zondag door het jaar C

PREEK VAN DE WEEK     10e zondag door het jaar C 2013 Keizershof Pijnacker Nootdo

 

LEZINGEN:                         EERSTE LEZING:  Koningen 17,17-24   EVANGELIE: Lucas, 7,11-17

THEMA: de tijdelijke dood

 

Beste mensen,

 

In dit leven hebben we eigenlijk maar één zekerheid wat betreft de toekomst: eens zullen we sterven. De gedachte daar aan kan ons angstig maken en daarom denken we er liever niet aan. Maar vroeg of laat worden we allemaal geconfronteerd met het overlijden van medemensen. En dan ontkomen we er niet aan er even bij stil te staan. Maar we hebben een blijde boodschap, een geloof in een beter leven waardoor we voor de dood niet bang hoeven te zijn. Er zijn zelfs christenen geweest die verlangden naar de dood omdat ze in dit leven bedreigd werden, veel te lijden hadden of geen hoop meer hadden voor de toekomst.

 

We hoorden in de lezingen twee verhalen over jonge mensen die schijnbaar dood waren maar na korte tijd weer tot leven werden gewekt.

Ik heb een boek gelezen over bijna-dood-ervaringen van dr. Moody, getiteld: “Leven na dit leven”. Dit boek is uitverkocht, maar er is inmiddels een gelijksoortig boek van de Nederlandse schrijver Pim van Lommel: “Eindeloos bewustzijn”. Zelf heb ik ook verschillende mensen gekend die zo’n bijna-dood-ervaring hebben gehad. Daaronder was mijn eigen oma. Al de mensen met een bijna dood ervaring zeggen dat ze echt dood waren, dat hun ziel buiten het lichaam was getreden, maar dat ze door reanimatie of  op andere wijze weer in het lichaam terug moesten keren.

 

Het meest markante en troostgevende punt uit die ervaringen is dat deze mensen na de dood een groot licht gezien hebben. Dit licht kenmerken ze allemaal, gelovig of niet, als een wezen, als een persoon. De liefde en warmte die dit wezen uitstraalt zijn niet onder woorden te brengen en de gestorven mens wordt er geheel door omringd en vervuld; hij voelt zich in tegenwoordigheid van dit wezen volkomen op zijn gemak en erkend. Ook voelt hij een onweerstaanbare magnetische aantrekkingskracht tot dit licht. Hij wordt er onontkoombaar naar toe getrokken.

Gelovigen identificeren dit licht met Jezus, joden met een engel. Maar allemaal noemen ze dit wezen een persoon die heel veel warmte en liefde uitstraalt. Deze persoon vraagt de overledene wat hij of zij voor goeds gedaan heeft in zijn of haar leven. Het Wezen van Licht geeft de overledene een terugblik op zijn of haar leven. Daarbij ziet de overledene ook de momenten waarin hij of zij egoïstisch gehandeld heeft. Maar het Lichtwezen wijst hem of haar daarbij niet terecht maar laat steeds zien wat de overledene van die gebeurtenissen geleerd heeft.

 

Een ander veelvoorkomend kenmerk van de bijna-dood-ervaring is dat de overledene bekende familieleden of vrienden ontmoet die eerder overleden zijn.

Over de ontmoeting met andere overledenen schrijft dr. Moody:”Verschillende mensen hebben me verteld dat ze op een bepaald moment andere geestelijke wezens in hun omgeving gewaar werden, wezens die kennelijk aanwezig waren om hen de overgang naar de dood gemakkelijker te maken, of, in twee gevallen, om aan hen te vertellen dat het hun tijd nog niet was om te sterven en dat ze in hun stoffelijk lichaam moesten terugkeren. Iemand herkende haar grootmoeder en een schoolvriendin en vele andere familieleden en vrienden. Ze zegt: “Het scheen alsof ik voornamelijk hun gezichten zag en hun aanwezigheid voelde. Ze leken allemaal verheugd te zijn. Het was een blij weerzien en ik voelde dat ze gekomen waren om me te beschermen of te begeleiden. Het was haast alsof ik thuiskwam en zij daar waren om me te begroeten of te verwelkomen. En al die tijd had ik een gevoel alsof alles om me heen licht en mooi was. Het was een wonderschoon en mooi ogenblik.”

In dit verband wil ik een kleine anekdote vertellen die ik eens gelezen heb:

Opa lag op sterven. Een kleinzoontje van ongeveer zes jaar vroeg zijn moeder: ‘Mama, gaat opa dood?’ ‘Ja, Paultje.’ ‘Kan ik dan nooit meer naar hem toe?’ ‘Nee, dan komt hij nooit meer bij ons.’ Het was even stil. ‘Gaat opa naar de hemel?’ ‘Ja.’ ‘Maar, eh, als nou iedereen naar de hemel gaat, dan zijn er wel duizend miljoen mensen in de hemel, hoe kan ik opa dan later terugvinden?’ Het was weer stil. Toen zei Paultje: ‘O, ik weet het al: je ziet natuurlijk alleen de mensen van wie je houdt.’ Hij ging weer spelen.                                                            Feys, M., Kinderen rouwen ook

 

Alle mensen met zo’n bijna-dood-ervaring verliezen hun angst voor de dood. De meeste zijn op een plaats geweest waar er zoveel licht, kleur en warmte was dat ze eigenlijk niet meer terug wilden naar hun aardse lichaam. Maar ze werden teruggestuurd door het Licht of teruggeroepen door nabestaanden. Sommigen weten dat ze hier nog een taak op aarde hebben.

 

Een vrouw merkte na haar ervaring op: “Ik ervoer de meest heerlijke gevoelens. Ik voelde alleen nog maar vredigheid, welbehagen, ontspannenheid, rust. Ik voelde dat al mijn zorgen voorbij waren.”  Ze vertelt dat ze uit haar lichaam gleed en naar boven zweefde. En van daarboven zag ze haar eigen lichaam op de operatietafel liggen

Ze sloeg de pogingen van het medisch personeel gade om haar weer tot leven te wekken. Ze hoorde een zuster zeggen: “O, mijn God, ze is dood”. Toen zag ik ze een apparaat naar binnen rijden, waarmee ze me schokken gaven. Ik zag mijn lichaam opveren van het bed. En terwijl ik ze beneden op mijn borst zag slaan …., dacht ik: “Waarom doen jullie zoveel moeite? Het gaat me nu juist zo goed? “

 

Wat ik met al deze ervaringen duidelijk wil maken, dat is dat we niet bang hoeven te zijn voor de dood. Deze ervaringen bevestigen een aantal bijbelse geloofsgegevens. Het is nog geen bewijs, want die getuigenissen moeten we ook maar geloven. Maar voor wie gelooft bevestigen ze dat er een leven is na de dood, dat dat leven heel goed is en dat we elkaar weer terug zullen zien.

 

Een paar jaar geleden is er een stripboek uitgekomen over de martelaren van Gorcum. Dit stripboek heeft de veelzeggende titel: “de tijdelijke dood”. Deze martelaren waren er zo van overtuigd dat er nog een leven na de dood is dat ze bereid waren hun leven op te offeren voor de verdediging van enkele geloofspunten.

 

De afzonderlijke feestdagen van de heiligen staan meestal op hun sterfdag. Kinderen op school vragen me wel eens waarom we hun feest op hun sterfdag vieren en niet op hun verjaardag. Het antwoord is dat de sterfdag hun geboortedag in de hemel is. Bij iemands sterven zijn wij in rouw omdat de directe liefdevolle menselijke verbondenheid en het fysieke samenzijn verbroken wordt. De overledene zelf echter gaat een betere wereld in. Zij zijn verlost van alle zorgen en pijn en leven verder in Gods oneindige liefde.

 

Van dat hemelse leven kunnen we hier op aarde al iets ervaren als we leven in liefde tot de naaste. Als we Gods wil doen op elk moment van de dag. Dan komt de hemel hier op aarde. In het Onze Vader bidden we steeds: Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Dat houdt ook in dat zijn wil in ons eigen leven geschiede, dat we proberen om elke dag Gods wil te ontdekken en te vervullen.

 

Daarvoor is het nodig om elke dag even contact met God te zoeken in het diepste van onze ziel. En dan mogen wij de voorspraak inroepen van onze dierbare overledenen, ook al zijn ze niet heilig verklaard.