Monica en Augustinus – (groot-) ouders en kinderen in deze tijd

PREEK over Monica en Augustinus – (groot-) ouders en kinderen in deze tijd

Broeders en zusters, (Eer-)gisteren vierde onze katholieke kerk het feest van de Heilige Monica en gisteren/vandaag dat van haar zoon Augustinus. Twee beroemde heiligen waarvan ik graag wat vertel. Want het zijn heiligen wiens leven vergelijkbaar is met ouders en hun volwassen geworden kinderen in deze tijd.

 

Hoeveel moeders lijden niet omdat hun kinderen verkeerde wegen opgaan: de weg van onverschilligheid, van het generatie conflict, moeders die lijden omdat kinderen van huis weglopen, niets meer van zich laten horen, met een slechte vriend of vriendin omgang hebben die de sfeer en harmonie in het gezin verzieken, door brutaliteit, door geldverspilling, door uitspattingen op seksueel gebied, egoïsme, bazigheid, drankverslaving, drugsgebruik.

 

Een klassiek voorbeeld van zo’n lijdende moeder is de heilige Monica. Ze leefde in Noord Afrika.

Op 17-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan man van 40, een heiden, wel goedhartig, maar opvliegend van aard.  Ze werd nogal eens door hem geslagen en afgeranseld. Ze leed in stilte. Haar man was ontrouw in het huwelijk door omgang met andere vrouwen. Monica vond kracht in haar geloof om dit lijden te dragen.

 

Ze kreeg 3 kinderen. Ze werden niet gedoopt, wel in geloof opgevoed door Monica. Oudste: Augustinus. Zijn vader hield wel van hem en had alles over voor een goede studie van zijn zoon.

Toen Augustinus 16 was liet hij zijn geloof los en werd hij overmeesterd door zinnelijke lusten.

De diepgelovige Monica drukte haar zoon op het hart toch geen verkeerde wegen te gaan. Maar, schrijft Augustinus later zelf: “haar woorden daalden niet tot in mijn hart en ik weet nog hoe zij mij onder vier ogen diep bekommerd vermaande dat ik geen ontucht zou bedrijven”.

Augustinus ging echter ver van huis studeren en de woorden van moeder waren tevergeefs. Vader was er juist trots op dat zijn zoon man geworden was en dat ook door mannelijke daden bewees.

Augustinus werd baldadig en pleegde diefstal. Hij ging samenwonen met een meisje en het bleef niet alleen bij wonen.

Monica treurde diep, heel diep. Ze huilde en bad tot God voor haar zoon. Ze bad heel veel, steeds onder tranen. Haar man overleed. Aanvankelijk besloot ze dat haar zoon de deur niet meer inkwam, maar in haar gebed veranderde haar gezindheid: ze besloot zelfs bij haar zoon in huis te gaan wonen om hem te helpen. Dat was natuurlijk een moeilijke stap.

 

Ondertussen werd Augustinus ontevreden over veel aardse zaken en zocht hij naar waarheid. Hij kwam tot geloof maar niet het geloof van zijn moeder. Hij sloot zich aan bij een sekte.

Monica bleef volhardend bidden. Haar moederliefde en liefde voor God verflauwden niet.

Ze ging naar een priester met het verzoek eens met haar zoon te gaan praten. Haar zoon was zo geleerd geworden dat zij zelf geen weerwoord meer had tegenover de opmerkingen en uiteenzettingen van haar zoon. De priester was er echter niet toe bereid omdat Augustinus er nog niet voor openstond. De priester raadde haar aan te blijven bidden en toen Monica in tranen uitbarstte zei hij: “Zowaar als u leeft, het is uitgesloten dat een zoon van zoveel tranen verloren gaat”.

 

Augustinus werd leraar. Zijn drang naar beroemd worden dreef hem naar Rome. Monica was diep teleurgesteld over zijn beslissing om te vertrekken. Ze ging met hem mee tot aan de zee en smeekte hem terug te keren of haar mee te laten gaan naar Rome.

Terwijl Monica biddend de nacht doorbracht in een kerkje vlak bij het schip, vertrok Augustinus heimelijk. Monica gaf  ‘t echter niet op en reisde haar zoon achterna.

 

Een tijd later vond zij hem weer. Augustinus vertelde haar dat hij bij de sekte weg was maar dat dat niet betekende dat hij christen was geworden. Monica antwoordde kalm en vol vertrouwen dat ze dat voor haar dood toch nog zou meemaken. De school van Augustinus in Rome ging failliet.

 

Toen vertrok hij naar Milaan om daar leraar te worden. Hier kwam hij in contact met de grote redenaar Ambrosius, een heilige bisschop. Monica kwam ook naar Milaan en bracht haar meeste tijd door in de kerk. Ambrosius feliciteerde Augustinus op een dag zulk een moeder te hebben.

Augustinus voelde zich gevleid door deze woorden van één van de grootste redenaars van die tijd en kreeg steeds meer achting en liefde voor het geloof van zijn moeder.

 

Er kwam echter nog één beproeving voor haar. Augustinus was zwak en ging nog eens een onwettige relatie met een vrouw aan. Monica bleef bidden voor haar zoon. Nu werd haar gebed verhoord.

Augustinus gaf zich op voor het doopsel. Eenmaal gedoopt wilde hij een nieuw leven beginnen. Hij wilde terug naar Afrika.

Onderweg daar naartoe werd Monica ernstig ziek en stierf. Haar moederliefde en liefde voor God hadden echter haar zoon gered en Augustinus werd één van de grootste heiligen en kerkleraren uit de kerkgeschiedenis.

 

De liefde is het belangrijkste in de opvoeding en elke moeder die in staat is die te geven mag er op vertrouwen dat hun kinderen, als ze niet vanzelf geloven of het geloof loslaten in de pubertijd, vroeg of laat weer terugkomen op het geloof dat moeders hebben meegegeven. Misschien pas na haar dood. Ik heb het wel meegemaakt. Liefde en geloof geven samen de kracht om te lijden en te blijven hopen.

 

Bij een vormselviering merkte de bisschop eens op dat grootouders in deze tijd weer steeds belangrijker worden. Omdat moeders werken en veel doen buiten het gezin, krijgen grootouders vaak de gelegenheid om een stukje opvoeding aan te vullen waarvoor ouders geen tijd hebben. Grootouders krijgen vaak het verzoek op de kleinkinderen te passen. Grootouders moeten de kleinkinderen opvangen als de ouders in scheiding liggen.  Grootouders moeten steeds vaker de kleinkinderen naar school brengen omdat de eigen ouders werken. In de vakantie mogen grootouders de kleinkinderen opvangen als de ouders moeten werken.

 

Het grootouderschap is een roeping. In deze tijd meer nog dan vroeger. Er zijn stammen en volkeren op deze wereld waarin eigenlijk de grootouders zolang zij leven de kleinkinderen opvoeden omdat zij de wijsheid en de levenservaring bezitten.  Ik weet niet of dat goed is, maar het duidt wel op de belangrijke rol die grootouders kunnen spelen. In mijn vorige parochie ken ik een oma die haar kleinkinderen in huis heeft en opvoedt omdat de moeder er psychisch niet toe in staat is.

 

Nu hoor ik al iemand zeggen: ”Ja, maar ik mag met mijn kleinkinderen niet over het geloof praten en ze ook niet mee nemen naar de kerk. Dan krijg ik ruzie met mijn dochter of zoon.” Kan zijn. Dan rest ons alleen de kleinkinderen lief te hebben, het goede voorbeeld te geven, waarden als begrip, geduld, tevredenheid, vrijgevigheid, respect, bescheidenheid etc. bij te brengen. En we mogen van onze kinderen op zijn minst het recht op eisen om thuis onze gewoontes aan te houden zoals het bidden voor het eten. Kinderen en kleinkinderen mogen we niet verplichten mee te bidden, maar ze zien wel dat wij het doen en dan komt er toch wel wat bij hen over.  Wij respecteren onze kinderen die hun eigen weg gingen maar zij zullen ons moeten respecteren inclusief onze trouw aan God en de kerk. Als de kinderen op zondag willen komen, heel graag, maar ze moeten accepteren dat we eerst naar de kerk gaan.

 

Maar we moeten niet te bang zijn. Sommige ouders weten niet goed raad met het geloof, maar hopen stilletjes dat hun kinderen bij opa en oma er toch iets van meekrijgen. Dat zij ze eens meenemen naar de kerk of leren bidden.  Dat zij voor de kinderen bidden en een kaarsje opsteken. Dat zij eens met hen praten over dood en leven, over Jezus of Maria, over relaties en geloof.

 

Mijn advies is: nooit iets opdringen, nooit spreken over verplichtingen, nooit veroordelen, maar wel uitnodigen, getuigen, bevestigen, tekens geven, signalen uitzenden, kleine zaadjes verspreiden van het geloof. Een uitnodiging is nooit een belediging. Zeggen dat je voor hen bid kan geen kwaad. Vroeg of laat komen ze wel weer terug op wat ze van huis uit hebben meegekregen. Misschien pas na uw dood. Dat kan. Zolang u nog leeft denken uw kinderen: “pa en ma bidden wel voor me. Dan hoef ik het niet te doen”. Maar als u er niet meer bent dan gaan ze nog eens nadenken over alles wat u hen meegegeven hebt of voorleefde.

 

Voor al die grootouders en ouders die er moeite mee hebben om met hun kinderen over het geloof te praten wil ik afsluiten met een uitspraak van de heilige Monica, die aanvankelijk haar zoon Augustinus helemaal de verkeerde kant op zag gaan en er niet over kon praten. Ze zei: “Ik heb niet veel met mijn kinderen over God gepraat, maar wel veel met God over mijn kinderen gepraat”.