.

Over de communie

“Ik ben gescheiden. Mag ik nog te communie gaan?”

Het schrijven van paus Benedictus over de eucharistie “Sacramentum Caritatis” heeft opnieuw de vraag bij velen opgeroepen: “Mag ik als gescheidene nog de communie ontvangen?”
Het antwoord is: Ja. Het is een groot misverstand dat gescheiden mensen niet ter communie mogen gaan.
 In het document Familiaris Consortio van Joahannes Paulus II over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd van 22 november 1981 staat in nr. 83: (lees voor ‘hem’ ‘hem/haar’ en voor ‘hij’ ‘hij/zij’)
“Diverse redenen, zoals wederzijds onbegrip, het onvermogen zich open te stellen voor intermenselijke betrekkingen enz., kunnen het geldige huwelijk op smartelijke wijze naar een vaak onherstelbare breuk voeren. Het uit-elkaar-gaan moet natuurlijk gezien worden als een laatste hulpmiddel, nadat alle andere redelijke pogingen ijdel zijn gebleken.
Eenzaamheid en andere moeilijkheden zijn vaak het deel van de alleen gebleven partner, vooral als deze onschuldig is. In dit geval moet de kerkelijke gemeenschap hem meer dan ooit steunen, hem achting, solidariteit, begrip en concrete hulp verlenen, zodanig dat het hem mogelijk is de trouw te bewaren, ook in de moeilijke situatie waarin hij zich bevindt; hem helpen de plicht tot vergeving, die eigen is aan de christelijke liefde, te versterken alsook de bereidheid eventueel het vroegere echtelijke leven weer op te nemen.
Overeenkomstig is het geval van de partner die een echtscheiding heeft moeten ondergaan, maar zich wel bewust is van de onontbindbaarheid van de geldige huwelijksverbintenis en zich niet laat verwikkelen in een nieuwe verbintenis, maar zich integendeel inzet voor de vervulling van zijn gezinsplichten en van de verantwoordelijkheden van het christelijk leven. In zo’n geval krijgt het voorbeeld van trouw en christelijke volharding een bijzondere waarde als getuigenis tegenover de wereld en voor de Kerk, die hierdoor nog meer gedwongen wordt voortdurend haar liefde te betonen en hulp te bieden, terwijl er geen enkel bezwaar is tegen de toelating tot de sacramenten.”
De zaak ligt gecompliceerder voor mensen die hertrouwd zijn na een geldig kerkelijk huwelijk dat is stukgelopen. Daarover zegt hetzelfde document in nr.84:
“De herders moeten weten dat zij, uit liefde voor de waarheid, verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden. Er is immers verschil tussen degenen die zich oprecht ingespannen hebben om hun eerste huwelijk te redden, maar op onrechtvaardige wijze in de steek gelaten zijn, en degenen die door hun eigen zware schuld een kerkrechtelijk geldig huwelijk stuk gemaakt hebben. Tenslotte zijn er degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten overtuigd zijn dat het vorige huwelijk, dat onherstelbaar vernield is, nooit geldig is geweest. Samen met de synode spoor ik de herders en heel de gemeenschap van gelovigen vurig aan de gescheidenen te helpen en met zorgzame liefde te bereiken dat zij zich niet van de Kerk gescheiden beschouwen, daar zij als gedoopten mogen en zelfs moeten deelnemen aan haar leven. Zij dienen aangespoord te worden naar het woord Gods te luisteren, het misoffer bij te wonen, te volharden in het gebed, de werken van naastenliefde en alle initiatieven van de gemeenschap ten bate van de rechtvaardigheid te begunstigen, de kinderen op te voeden in het geloof, zich toe te leggen op de geest en op de werken van boetvaardigheid om van dag tot dag de genade van de Heer af te smeken. De Kerk moet voor hen bidden, hen aanmoedigen, zich een barmhartige moeder tonen en hen zo steunen in het geloof en de hoop. De Kerk bevestigt echter haar praktijk, …, de hertrouwde gescheidenen niet tot de communie toe te laten. … Hun levensstaat en -conditie zijn objectief in tegenspraak zijn met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de Kerk, die door de Eucharistie betekend en verwerkelijkt wordt. Er is bovendien nog een andere, speciaal pastorale reden: als men deze personen tot de communie toeliet, zouden de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk.
De verzoening in het sacrament van de boete, die de weg zou openen naar het sacrament van de Eucharistie, kan alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw ‘de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden’, wanneer zij om serieuze redenen – zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen – niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.” (1)
Dit document geeft aldus de officiële leer van de kerk weer. Met mijn woorden samengevat komt het er dus op neer dat officieel en algemeen toelaten de communie van hertrouwde gescheiden mensen de indruk zou wekken dat de kerk de onontbindbaarheid van het huwelijk zoals die door Jezus zelf beschreven is, zou loslaten, scheiding zou goedkeuren en het ja-woord van de eerste partner niet zou garanderen.
Hiermee is echter nog niet alles gezegd. Algemene regels kunnen nooit alle situaties omvatten en uitzonderingen bevestigen de regel. Er is een verschil tussen theorie en praktijk en de soep wordt nooit zo heet gegeten als zij opgediend wordt.
Het secretariaat van het Rooms-Katholieke Kerkgenootschap in Nederland publiceerde in  “121” jaargang 22, nummer 5 van juli 1994 de volgende tekst van de Duitse bisschoppen O.Seier, K.Lehmann en W. Kasper onder de titel: “pastorale begeleiding van stukgelopen huwelijken, gescheidenen en hertrouwde gescheidenen”:
Uit de INLEIDING:
“Paus Johannes Paulus II heeft in de apostolische exhortatie Familiaris Consortio (1981) nadrukkelijk op het blijvende lidmaatschap van de kerk gewezen van degenen, van wie het huwelijk mislukt is en die niet zijn hertrouwd: “In dit geval moet de kerkelijke gemeenschap hen meer dan ooit steunen, hen achting, solidariteit, begrip en concrete hulp verlenen.” Uitdrukkelijk zegt de paus, dat “er geen enkel bezwaar is tegen de toelating tot de sacramenten”.(nr.83)
Bij de gescheidenen die burgerlijk opnieuw getrouwd zijn, komt het er volgens de paus op aan “de situaties goed te onderscheiden”. Het maakt verschil of iemand volledig ten onrechte is verlaten of dat iemand een kerkelijk geldig huwelijk door eigen zware schuld stuk heeft gemaakt. Ook de hertrouwde gescheidenen moet men “helpen en met zorgzame liefde … bereiken dat zij zich niet van de kerk gescheiden beschouwen”. …….. Hertrouwde gescheidenen moeten dus weten en merken dat zij bij de parochie horen en dat zij voor alle kerkdiensten en kerkelijke activiteiten uitgenodigd zijn. Helaas komt in onze parochies naast de bereidheid tot een helende omgang met mensen, die in een moeilijke situatie verkeren, ook nog veel hardheid en onverzoenlijkheid voor. De hertrouwde gescheidenen moeten voelen, dat zij in de parochie geaccepteerd zijn en dat de parochie begrip heeft voor hun moeilijke situatie. Zij moeten de kerk ervaren als een heilende en helpende gemeenschap. De parochie moet hen helpen hun levens- en geloofsgeschiedenis te verwerken, hun schuld te erkennen, maar ook vergeving te ervaren. Dat veronderstelt gesprekken en advies. Want een nieuwe oriëntatie in het le­ven is alleen maar mogelijk, wanneer de schaduwen van het verleden met behulp van intensieve gesprekken zijn verwerkt.
Tot dit doel dienen gespreksgroepen, zoals zij in vele parochies al bestaan, kerkelijke huwelijks- en gezinsadviesbureaus en het pastoralegesprek met een priester of met daarvoor geschikte leken. Het is uiteindelijk een uitdaging aan de verantwoordelijkheid van de hele parochiegemeente.
DEELNAME AAN DE  SACRAMENTEN?
De begeleiding van hertrouwde gescheidenen naar een actieve deelname aan het parochieleven zal gewoonlijk stap voor stap gebeuren. Daarbij zijn er al naargelang de leef -en geloofssituatie van ieder afzonderlijk vele gradaties en vormen van deelname mogelijk. Men mag hier geen alles-of-niets standpunt innemen. Tenslotte betreft de vraag of al dan niet aan het sacrament van de boete en de eucharistie mag worden deelgenomen vaak individuele hertrouwde gescheidenen.
Trouw aan de opdracht van Jezus stellen recente kerkelijke uitspraken, dat hertrouwde gescheidenen niet vanzelfsprekend tot de eucharistische maaltijd kunnen worden toegelaten, omdat zij zich in levensomstandigheden bevinden, die in een objectieve tegenspraak staan tot het wezen van het christelijk huwelijk. ….

Het kerkelijk recht kan echter “slechts een algemeen geldende regeling opstellen, maar het kan niet alle, vaak zeer complexe, afzonderlijke gevallen regelen”. Daarom moet in een pastoraal gesprek bekeken worden, of dat wat in het algemeen geldt, ook in een bepaalde concrete situatie van toepassing is. Daarvan kan men niet bij voorbaat uitgaan. Dat geldt vooral in het geval dat de betrokkenen tot de gegronde gewetensovertuiging zijn gekomen dat hun eerste huwelijk nietig was, terwijl het bewijs daarvoor niet in een proces voor de kerkelijke huwelijksrechtbank geleverd kan worden. In zulke en vergelijkbare gevallen kan een pastoraal gesprek de betrokkenen helpen een persoonlijk verantwoorde gewetensbeslissing te nemen, die door de kerk en de parochie gerespecteerd moet worden. Het is een pastorale taak en opdracht om anderen op de weg naar een dergelijke rijpe gewetensbeslissing te begeleiden. Dat geldt vooral voor de priesters aangezien zij immers op grond van hun ambt belast zijn met het bevorderen van verzoening en eenheid.

In speciaal opgestelde richtlijnen voor de verantwoordelijken in het pastoraat hebben wij enige uitgangspunten geformuleerd voor de pastora­le begeleiding van mensen, wier huwelijk is stukgelopen. (1) Wij moeten daarbij duidelijk voor ogen houden dat er geen simpele en vlotte oplossing kan worden geboden voor de complexe situaties van hertrouwde gescheidenen. De genade van de verzoening vooronderstelt steeds persoonlijke bekering. Wij mogen daar geen ‘goedkope genade’ van maken. Geen overdreven strengheid en evenmin slappe toegeeflijkheid kunnen iemand verder helpen. De maatstaf voor ons spreken en handelen kan alleen Jezus Christus zijn. Het is belangrijk, steeds weer als nieuw op Hem toe te gaan en zijn Geest de ruimte te geven. Een dergelijke, steeds nieuwe bekering is niet alleen een opdracht voor gescheidenen en hertrouwde gescheidenen, maar voor alle christenen in de kerk.”
(1) In deze richtlijnen staan nog zeer interessante passages over de acceptatie van gescheiden mensen in de parochie, zonder  oordelen en veroordelingen en de plicht een plaats van gastvrijheid, verzoening en aandacht te zijn.  Maar het gaat te ver om die teksten allemaal te citeren omdat ze niet binnen ons thema vallen. Daarom alleen nog de volgende interessante passages:
– De kerk heeft al sinds lange tijd hertrouwde gescheidenen tot de eucharistie toegelaten, wanneer zij weliswaar samenleven, maar wat hun persoonlijke relatie betreft met elkaar omgaan als broer en zus, dat wil zeggen in onthouding leven . Velen vinden een dergelijke aanbeveling onnatuurlijk en ongeloofwaardig. … Natuurlijk kan een dergelijke wijze van leven op den duur niet door alle hertrouwde gescheidenen wor­den gerealiseerd en slechts zelden door jonge paren.
– In een openhartig gesprek van de partners van een tweede huwelijk met een priester, waarin de hele situatie grondig, eerlijk en objectief verhelderd wordt, kan in individuele gevallen blijken, dat de echtgenoten (of een van de huwelijkspartners) zich in geweten gerechtigd voelen om aan de tafel des Heren deel te nemen (vgl. daartoe Codex Iuris Canonici, canon 843,1). Dit is vooral dan het geval, wanneer men er in geweten van overtuigd is, dat het vroegere, onherstelbaar stukgelopen huwelijk nooit geldig is geweest. Een dergelijk besluit kan een ieder slechts in een hoogstpersoonlijke gewetensbeslissing nemen. …
– Men kan gescheidenen niet zonder onderscheid toelaten, maar ook niet zonder onderscheid uitsluiten. … De priester moet het gewetensoordeel van de persoon, die na een gewetensonderzoek tot de overtuiging is gekomen dat hij de deelname aan de eucharistie tegenover God kan verantwoorden, respecteren.
N.B: dikdruk en cursief door mij aangebracht.

Winfried Kuipers, priester van het bisdom Rotterdam en Internetpastoor..nl