.

enquete paus

Op vier vragen van de enquete van de paus heb ik een persoonlijk antwoord gegeven:

1d. Over de kennis van de heilige Schrift en het kerkelijk leergezag omtrent huwelijk en gezin:
Welke onderdelen van de rooms-katholieke leer worden breed geaccepteerd, en welke niet? Welke culturele factoren spelen hierbij een rol?

De echte kerkelijk leer over huwelijk en gezin is niet gekend en dus ook niet geaccepteerd of bekritiseerd. Men bekritiseert enkel een karikatuur van de kerkelijk leer: dat geboortebeperking niet toegestaan zou zijn, dat gescheiden mensen niet ter communie zouden mogen gaan, dat de kerk tegen homo’s zou zijn, etc.

4f. De pastorale zorg in moeilijke huwelijkssituaties: Zou een versimpeling van het kerkrecht een positieve bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van deze problemen (bijvoorbeeld door de nietigverklaring van een huwelijk te vereenvoudigen en/of te verruimen)?

De burgerlijk hertrouwden zien hun situatie zelf meestal niet als een probleem. Ze vinden het hooguit jammer dat ze niet opnieuw voor de kerk kunnen trouwen. Alleen wij als orthodoxe pastores en theologen zien het als een probleem. Een vereenvoudiging van het kerkelijk recht heeft daarom weinig effect op de situatie: veel kerkelijke huwelijken zijn wel geldig gesloten maar in een later stadium gestrand. Dus blijft hun eerste huwelijk geldig en daar verandert een vereenvoudigde procedure niets aan.

6d. De opvoeding van kinderen binnen onregelmatige huwelijkssituaties: Wat is de sacramentele praktijk in deze gevallen: voorbereiding en toedienen van het sacrament?

Zij nemen gewoon deel aan de sacramenten en voorbereiding zoals de kinderen uit regelmatige gezinnen.
We maken geen onderscheid. Die kinderen kunnen er niets aan doen dat hun ouders niet conform de kerkelijke leer gehuwd zijn.

8/9*. Andere uitdagingen en voorstellen Welke andere uitdagingen en voorstellen gerelateerd aan de onderwerpen die hierboven besproken zijn, vindt u urgent en behulpzaam om te bespreken?

Laat het Vaticaan (en de Nederlandse bisschoppen) voortaan bij elke regel, wet of normstelling ook de argumenten geven in voor eenvoudige mensen verstaanbare taal en formulering.

Laten de bisschoppen in hun spreken in de media duidelijker onderscheid maken tussen de “zondaar” en de zonde, zoals Jezus doet in het verhaal van de overspelige vrouw (“Ik veroordeel u niet, ga vrij heen, maar zondig niet meer”). De kerk moet het ideaal blijven verkondigen, maar onder ogen zien dat mensen het ideaal niet halen en daarmee rekening houden in haar spreken. Als het bijvoorbeeld gaat om voorbehoedsmiddelen, laat de kerk dan rustig zeggen dat ze periodieke onthouding als de meest gezonde en menswaardige vorm van geboortebeperking vindt, dat geslachtsgemeenschap naar Gods bedoeling in het huwelijk van man en vrouw thuishoort, maar dat mensen die het toch buiten het huwelijk bedrijven beter niet-abortieve voorbehoedsmiddelen kunnen gebruiken dan het risico lopen ongewenste zwangerschap te veroorzaken of geslachtsziekten over te dragen. Door een absolute afwijzing van voorbehoedsmiddelen zet de kerk zichzelf buitenspel, ook bij haar eigen leden. Eveneens door afwijzing van voorbehoedsmiddelen in één adem te (laten) noemen met abortus, euthanasie, homoseksualiteit of geslachtsverandering of echtscheiding. Het zijn zaken van heel verschillende orde.

* De mij toegezonden vragenlijst heeft een andere nummering dan een vragenlijst die staat op www.katholiek.nl